Dikke doei FOMO – Ik ben van je af!

‘Het-overal-bij-willen-zijn’ en ‘het-mee-willen-maken’: het nieuwe café of die nieuwe lunchtent, dat kleine onontdekte festival, off the beaten track vakantiebestemmingen, dat pas ontdekte nieuwe talent en nachten die nooit eindigen, zo niet met behulp van allerhande drugs. In de Randstad moet je zijn, want daar gebeurt het. Een oneindige stroom aan nieuws. Ieder weekend weer een strijd: waar ga ik nu naartoe, wat ga ik doen? Maar de keuze voor iets is automatisch het niet-kiezen van zoveel andere dingen. En dat schuurt, want wat nu als jij nét de verkeerde keuze maakt en er niet bij was? Tadaa…. dat is FOMO (fear of missing out).

Ich bin dabei

In mijn studententijd zat ik in het epicentrum van alles wat nieuw was. Heerlijk vond ik dat. Ik had de tijd en energie om alles te onderzoeken en uit te proberen. Ik luisterde veel muziek en was op de hoogte van nieuwe ontdekkingen. Ik ging naar lezingen en las in studentenblaadjes over ontwikkelingen op allerlei gebieden. Ook zat ik midden in een soort comeback van de partydrugs. Mijn nog niet volledig ontwikkelde brein wilde alles proberen en maalde minder om de gevolgen. Ik feestte erop los, gebruikte drugs, rookte en dronk veel alcohol. Bezocht muziekfestivals, hippe technofeestjes, ging backpacken, uit lunchen of op citytrip. Prima, want dat deed iedereen en ik heb er volop van genoten.

Maar na mijn studententijd, die ik heb opgerekt tot 6.5 jaar, was ik wel toe aan wat meer regelmaat. Om mij heen begonnen mijn feestpartners ook allemaal aan banen en verhuisden ze naar andere steden. Maar er gebeurde iets geks: doordeweeks was iedereen druk met zijn baan, maar ’s avonds en in de weekenden ging het studentenleven gewoon door! Met name in de weekenden moest er naar harte lust uit worden gegeten, biertjes worden gedronken en gefeest tot het weer dag werd, vaak nog steeds met behulp van de nodige drugs. Naast een fulltime baan was het taak om nog steeds op de hoogte te zijn van alle nieuwe ontwikkelingen.

Van FOMO naar WTMO

Eerst zag ik dit als een soort afscheidsritueel van mijn studententijd. Het was ook wel een harde overgang, waarom niet langzaam afscheid nemen met af en toe nog zo’n uitspatting zoals vroeger?

Maar inmiddels is mijn studententijd al ruim 4 jaar voorbij en wil ik niet meer. Ik hoef niet meer naar nieuwe tentjes, muziekfestivals of hippe vakantiebestemmingen. Ik heb het beleefd, het was fantastisch en het is goed zo.

Die Fear Of Missing Out is bij mij verworden tot Wanting To Miss Out. Als ik een fijne kroeg heb ontdekt in mijn nieuwe woonplaats, dan vind ik het prima en ga ik daarheen. De rest van de kroegen zijn voor anderen en hoef ik niet te ontdekken. Naar een muziekfestival gaan vind ik leuk, voor een dag of een weekend in het jaar en het liefst ga ik dan ’s avonds op tijd naar mijn tent, het nachtprogramma aan anderen overlatend. Doordeweeks houd ik mijn agenda leeg, zodat ik nog even kan ontpikkelen voor ik naar bed ga. En het liefst keutel ik in de weekenden ook wat in huis of ga ik de natuur in.

Maar dat is best lastig als je in de Randstad woont, want vrienden willen wel graag al die dingen doen en ik wil tijd doorbrengen met vrienden. En eigenlijk is dat feest of uit eten gaan ook best wel heel erg leuk… Alleen kwam ik veel te weinig toe aan mijn eigen ding… Er zaten maar 7 dagen in de week en die waren zo gevuld als ik mijn agendabeheer aan mijn sociale kring over liet.

En nu mis ik het allemaal, want ik woon aan de andere kant van de wereld. En hoera, ik heb mijn agenda weer terug! Vriendinnen vragen: ‘Verveel je je al? Heb je al nieuwe mensen leren kennen met wie je leuke dingen kunt doen?’ Nou nee, en nee! Maar ik vermaak me prima, zit lekker in mijn vel en in mijn hoofd zit een lijst met dingen die ik nog zou willen ondernemen in mijn uppie of met Rick. En dan zijn dat dingen als: dagen rondstruinen in de bieb, meer leren over de Maori-cultuur, koken en bakken, de tuin opknappen en bloggen.

Heb jij weleens last van FOMO?

4 gedachten over “Dikke doei FOMO – Ik ben van je af!

  1. Een jaar of 10 geleden rende ik van hot naar her. Ik was heel actief en at heel veel buiten de deur. Maar vond het ook toen al lekker om alleen te zijn. Rond 2013 ben ik heel flink op mijn bek gegaan. Sindsdien staat ‘tijd voor mijzelf’ op nr. 1. En ik ben ook heel veel alleen (met een man die in het weekend niet zelden in het buitenland zit). Mijn weekenden zijn gevuld met hooguit 1 social event (morgen naar de bios met vriendin). Ik denk dat ik 6x per jaar door de week iets met vrienden of familie afspreek. Maar alleen als het echt niet anders kan. Geen overvolle agenda dus en ook nooit het gevoel dat ik in een ratrace zit. En dat terwijl ik wel in de hoofdstad woon. Geef mij maar een lekker flesje wijn en een dekentje. Genieten!

  2. Totaal geen last van als grotendeels introverte huismus.. Heel blij met mn gezin die me een (ook sociaal geaccepteerde) reden geeft om thuis te zijn… Trek dat echt niet zoveel op pad helaas als student al niet (vanaf. Mn 16e veel moe.. Huisarts kon niets vinden.. Gaat nu beter dan toen maar toch). We gaan af en toe naar theater of bijv naar vrienden van amstel. In t weekend vaak naar een verjaardag of een uitje (pretpark, zwembad, familiebezoek oid) t liefst op zaterdag en dan zondag t liefst gwn thuis. Kids spelen samen wat huishouden doen en opladen voor weer een volle week met taxi spelen met de bakfiets, werken huishouden, etc. Ben savonds moe dus ben blij dat ik op gemak de Kids naar bed kan brengen en dan lekker in bed Netflix kijken… Vrij saai en stabiel haha. Woon in de randstad maar in een dorp gelukkig…

    1. Tijdens het schrijven van dit stuk kwam dat ook in mijn hoofd op: eigenlijk zouden kinderen de enige reden voor mij zijn om geaccepteerd vaker ‘nee’ te zeggen. Dan bedoel ik ook dat ik zelf die reden zou accepteren, niet alleen mn omgeving. Klinkt alsof jij de goede balans hebt gevonden!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.